LUSTRUMLIEDEREN

1939

En waarom zouden we niet zat zijn
morgen kunnen we kapot zijn
Laat den drank zijn gank
dat we rollen, dat we rollen
laat den drank zijn gank
dat we rollen van de plank


1944

We vreten en we zuipen
we gaan eens goed op zwier
we zuipen cognac en Cuyckensbier, io vivat!
Verkloten ons gezondheid en onze laatste cent
maar we blijven de starkste club van Gent
Io vivat voor de mannen van de Scheldestad
Io vivat voor de mannen van den AB! (bis)


1949

We gaan eens lustig zwieren
den AB zijn lustrum vieren
’t is de leste kier da wij eens goe zullen gaan pieren
Duzend schoon wijven lopen mee
een bordeel wordt ons kaffee
tijdens het lustrum van AB
En wij zijn de starkste club van Gent
da’s al duzend jaar aan hiel d’Univ bekend


1954

Al 25 jaar is den AB nu aan den drank
maar deze is ’t grofst
Iedereen moet van de plank
de pinten vol, de glazen leeg
de lijken sleuren we mee
we vreten, zuipen en boem, boem, boem
op ’t lustrum van den AB

En als we naar de hemel gaan
geneverke, geneverke
en als we naar de hemel gaan
geneverke gaat mee
Stromen, ja stromen
van cats, van cats, van lakkere cats
If you knew Suzy, like I knew Suzy
O, o, o what a girl

En den AB, ping, ping, pang, pong
da zijn de goei, ping, ping, pang, pong
de beste van Gent, ping, ping, pang, pong
door iedereen bekend, ping, ping, pang, pong
en de polies, ping, ping, pang, pong
is de saucies, ping, ping, pang, pong


1959

Ziet den AB na weer eens lustrum vieren
vijf jaar zijn weer voorbij, de starkste club zijn wij
ziet den AB nu weer eens Gent rondzwieren
al rollen w’in de goot, we zijn toch nooit knock-out
we gaan naar ’t bal en naar ’t banket
en denken niet aan bed
geire plezant en soms pikant
en onze leus is: zijt astrant…

Alle dagen, nooit versagen, pinten vol genoeg:
da’s den AB!
Beten scheppen, stoten zetten, rollen in de goot:
da’s den AB!

Want wij zijn de starkste club van Gent
hebben ’t langste end, bleiven geire vent
want wij zijn in ieder kroeg bekend
da’s den AB!


1964

Als wij oep straat (bis), nen boer zien staan
dan moeten wij gaan overgeven
als wij oep straat nen boer zien staan

Als ze nen boer (bis), naar ’t kerkhof doen
dan juichen wij in koor vol vreugde
als ze nen boer naar ’t kerkhof doen

Als wij een boerin (bis), in ons bed hebben gehad
dan moeten wij ons goe gaan douchen
als wij een boerin in ons bed hebben gehad

Als wij een boer (bis), in de spiegel zien staan
dan moeten wij die af gaan kuisen
als wij nen boer in de spiegel zien staan


1974

Nen boer in een stof café
aan de bar toen zagem ons komen
en hij viel van zijne stoel
want hij zag, ’t is den AB
Hij zei ‘adios’ tegen zijn pintje
heeft alles meteen meegenomen
en hij kroop rap in de WC, uit schrik veur den AB

O, o, o Antwerpen Boven,
een club van duzend jaren,
In Gent, In Gent, aan de rand van ’t Scheldeland.

O, o, o Antwerpen Boven
een club van duzend jaren
en ’t stoem SK dat telt al nie meer mee
en ieder roept: awoe, awoe, olé!


1979

Waar de torens het hoogst zijn
en de vrouwen het mooist zijn
en de kerels superpotent
Daar waar alles het best is
en geen plaats voor de rest is
’t is er beter dan hier in Gent
Waar plezier nog een plicht is
en ’t geweten ontwricht is
Ge kunt er goe pintelieren
makkelijk vrouwen versieren
Daar moet ge wel nen AB’er voor zijn

Daarom zingen wij:

Antwerpen Boven
waar men een peer nog kan stoven
Omdat Sinjoren belangrijk zijn
en alle delen omvangrijk zijn
Droogzakken buiten, die kunnen wij nie gebruiken
Zijt ge van den AB, ja dan doe de mee!


1984

Wie heeft de boeren leren klappen? Den AB!
Wie kan er poepen met ne slappe? Den AB!
Wie hee er gaan verklappen? Den AB!
We zijn de strafste club van Gent

Wie zit te zuigen aan de toppen? Den AB!
WIe kan er zuipen zonder stoppen? Den AB!
Wie speelt er geire met de knoppen? Den AB!
We zijn de strafste club van Gent

We brossen, we vossen en zijn nooit nie muug
We zwanzen, we schranzen tot ’s morgens vroeg
Vertellen, jartellen, nat in de broek
we zijn de strafste club van Gent!


1994

Der was der is een week, die heette lustrum
die kondigden wij aan met veel gebras
wij dronken daar nen berigen ad fundum
en sloegen nog een frietje in ons kas

Vijfenzestig, vijfenzestig, wonderschoon getal
we storten ons als eersten in ’t verval
Vijfenzestig, vijfenzestig, bangelijke week
koppijn morgen en open met die kweek

Koppijn morgen?

OPEN MET DIE KWEEK!
KAPPEN IN DIE WEEK!
BROSSEN IN DIE WEEK!
VOSSEN IN DIE WEEK!

Nooit geen koppijn!

AB’er zijn wil zeggen geen gezeik!


1999

In Gent in die stede
hebben wij een verleden
daar klinkt maar ene naam: Antwerpen Boven!
Al zeventig jaar lang
gaan wij met de boerinnen onze gang
en die boeren moeten eraan geloven

Waaaaaaaaaaaaant…
iedereen wil mee
met den coole AB
pintjes zuipen, foefen druipen,
een gebeuren
de Praeses doet het voor
en wij volgen hem in koor
den AB ja, die opent alle deuren.

’t Is al al die jaren
dat wij aanzien vergaren
en dat zal ook altijd wel zo blijven
met ons zuipe en ons stoten
onze fluiten en ons kloten
en ons hete, hete, hete, hete wijven

Waaaaaaaaaaaaant…
iedereen wil mee
met den coole AB
pintjes zuipen, foefen druipen,
een gebeuren
de Praeses doet het voor
en wij volgen hem in koor
den AB ja, die opent alle deuren

Is ’t onze geest dat het hem doet
of verstaan ze ons niet goed
maar die boeren zullen bij ons der nooit geraken
het geen dat ze niet snappen
en ons geheime code is
is dat onze vriendschap niet kapot valt te maken

Waaaaaaaaaaaaant…
iedereen wil mee
met den coole AB
pintjes zuipen, foefen druipen,
een gebeuren
de Praeses doet het voor
en wij volgen hem in koor
den AB ja, die opent alle deuren.


2004

En den AB is weer op stap
is ’t nie in Gent dan is ’t in Stad
laat de bollekes nu maar komen
en de maskes nu maar dromen
want den AB
is weer op staminee

En den AB is weer op stap
is ’t nie in Gent dan is ’t in Stad
cursus leren overbodig
voor ons is da toch nie nodig
want intellect
da is voor ons perfect

En den AB is weer op stap
is ’t nie in Gent dan is ’t in Stad
laat de boeren nu maar zagen
wij zijn toch nie te verslagen
want heel verbaal
da zijn wij allemaal

En den AB is weer op stap
is ’t nie in Gent dan is ’t in Stad
de Gentse stee raakt ons nie kwijt
want den AB leeft voor altijd
WIJ ZIJN DE STRAFSTE CLUB VAN GENT (bis)


2009

Den AB dat is de strafste club van die schone oude Gentse stee
met ons loeren en ons toeren
lachen wij met al die boeren
want die kunnen met ons helemaal niet mee

Jaagt naar huis, jaagt naar huis
jaagt naar huis het boeregespuis
onze glazen zullen klinken
wanneer wij zonder verpinken
ook de laatste boeren terugsturen naar huis!

In het straat, in ’t sk, ’t is eender waar,
wij hebben overal het laatste woord
zonder enige pretentie
en met al ons eloquentie
worden alle boeren in de grond geboord.

Jaagt naar huis, jaagt naar huis
jaagt naar huis het boeregespuis
onze glazen zullen klinken
wanneer wij zonder verpinken
ook de laatste boeren terugsturen naar huis!

Al 80 jaar eenzaam aan de top en zo zal het eeuwig verder gaan
wat den boer ook zal proberen
het zal ons nooit kunnen deren
want aan ons niveau daar kan hij toch niet aan.

Ga naar huis, ga naar huis
ga naar huis het boeregespuis
ja de glazen zullen klinken
en wij zullen duchtig drinken
als de laatste boer op weg is terug naar huis!


2014

Ik was een braaf studentje
ik liep netjes in de pas
maar ‘k snapte dat mijn leven
saai en voorspelbaar was
ik begon mij te vervelen
ik ging naar een café
op zoek naar het intens geluk
da ‘k vond bij den AB.

We drinken, zingen, lachen en we speechen tussendoor
en al wie tegen ons wil zijn,  die krijgt de wind vanvoor
uniek op heel de wereld, van zo’n club zijn er geen twee
de strafste club van Gent, da is nog altijd den AB.

Das den AB, das den AB
en nog een pintje drinken, ach da lijkt een goei idee
das den AB, das den AB
als wij een feestje bouwen, ja dan doet iedereen mee (bis)

Wij kussen schone maagdekens al ist voor hen ni pluis
zij gaan voor lichte erotiek altijd met ons naar huis
wij doen hen daar genieten en na zo’n uur of twee
dan zucht zij ‘ik wil enkel nog ne vent van den AB’

Van den AB, van den AB
wij brengen de beschaving in de mooie Gentse stee
van den AB, van den AB
de boeren uit West-Vlaanderen jagen wij terug in de zee

Broeders, zusters sta nu op en rijkt elkaar de hand
en samen met de Praeses stichten wij ’t beloofde land
verbonden door de vriendschap hebben wij altijd elkaar
dus in de Gentse stee daar heersen wij nog duizend jaar

Ja den AB, ja den AB
en laat de domme boeren nu maar stoeien met hun vee
Ja den AB, ja den AB
AB’ers zijn de heersers en het plebs dat volgt gedwee (bis)


2019

Antwerpen Boven, da zijn de goei
De strafste club, strafste club, van de Gentse stee
Ons lustrum vieren, is goe gaan zwieren
En iedereen wilt me ons mee

Ja overal zijn wij bekend
Wij zijn de mannen, zijn de mannen uit de koekestad
Ons lustrum vieren, grieten versieren
En den boer die mag ni mee

Oh den AB, das eloquent
Ja we speechen, ja we speechen in ons wereldtaal
Ons lustrum vieren, stoute manieren
De Gentse stee die kan ni mee

Al 90 jaar doen wij het voor
We zingen liekes, zingen liekes en we zuipen bier
Ons lustrum vieren, goe pintelieren
Alle sinjoren doen me ons mee